Mediasociologisch perspectief

(under construction)

1. De constructie van de biblebelt in visuele cultuur (The Construction of the Dutch Biblebelt in Visual Culture)

Binnen het bredere biblebeltonderzoek is een van de uitdagingen om de 'identiteit' van de biblebelt te bepalen. Deels is dit een geografische kwestie, deels een sociale en culturele kwestie.

Vanuit cultureel-antropologisch oogpunt is de identiteit van geografisch gelocaliseerde, culturele groepen altijd ook een geconstrueerde, verbeelde identiteit (vgl. Benedict Anderson die over imagined communities spreekt), waarbij zowel insiders als outsiders betrokken zijn in een proces van identificatie en differentiatie, het bepalen en onderscheiden van het eigene en het vreemde.

In dit deelonderzoek worden documentaires, films en foto's die de biblebelt als object hebben, onderzocht. De centrale vraag daarbij is, hoe de biblebelt c.q. de reformatorische gezindte verbeeld wordt.

Hierbij wordt een semiotische benadering gehanteerd, waarbij het beeldmateriaal onderzocht wordt als ideologische, politieke of culturele 'tekst'. Dit deelonderzoek geeft inzicht in hoe film- en documentairemakers en fotografen zich verhouden tot de biblebelt, en hoe zij zich positioneren tegenover de biblebelt.

In bredere zin behelst dit een onderzoek naar de perceptie van een religieuze minderheid in een moderne, seculiere samenleving, en de wijze waarop deze samenleving zich verhoudt tot haar religieuze minderheden en religieuze wortels.

 

2. De reformatorische media-ethiek (Moral negotations: conservative Christian media-ethics)

Dit deelonderzoek behelst een studie naar de reformatorische perceptie van media en de ethische verhouding tot media-technologie binnen de reformatorische gezindte. Technologieën die daarin onderzocht worden zijn: het boek, tijdschrift/krant, radio, televisie, internet, en sociale media.

Het dominante beeld dat over de reformatorische gezindte bestaat is, dat zij in haar media-ethiek voornamelijk afwijzend is: men waarschuwt voor de gevaren van media en probeert media buiten de eigen gezindte te houden. Dit dominante beeld is echter eenzijdig. Het zijn bepaalde technologieën die als problematisch gelden, maar andere zijn wel degelijk legitiem (boek, tijdschrift/krant).

Daarbij blijkt het ethisch conservatisme m.b.t. technologieën als radio, televisie en internet contested te zijn: niet iedereen staat er afwijzend tegenover, en niet iedereen verbindt aan een morele afwijzing de consequentie van het niet gebruiken van deze media. In die zin lijkt Campbells (2010, p. 112) opmerkingen dat 'religious communities do not simply reject or accept new forms of media into their community life practice; instead they undergo a complex process of negotiating with those technologies based on their traditions and core values', ook op te gaan voor de reformatorische gezindte.

Dit deelonderzoek richt zich op dit complexe proces van onderhandeling. Onderzocht wordt:hoe media-technologieën binnen de reformatorische gezindte in morele zin geëvalueerd wordt;welke (al dan niet religieuze) argumenten voor de verschillende morele posities worden aangedragen;welke praktijken van mediagebruik men aantreft in de reformatorische gezindte en hoe deze praktijken gelegitimeerd worden, al dan niet op basis van de eigen religieuze traditie;in hoeverre er door de tijd heen veranderingen plaatsvinden m.b.t. de morele evaluatie van media-technologieën.

Het onderzoek behelst een analyse van tekstuele bronnen enerzijds (gebruik makend van digibron), en interviews met zowel key figures (leiders, opinieleiders, internetondernemers, de hoofdredacties van reformatorische media, predikanten, etc.) als individuele reformatorische christenen.

(under construction)